Mensenrechten ? In de bijstand even niet (2)…

Bijzondere bijstand voor bijwonen strafzaak tegen mij afgewezen.

Inleiding.

Omdat ik, zoals in eerder blog vermeld, 9 maand de gevangenis in moest, was ik overhaast uit Tsjechië vertrokken. Toekomst daar was er niet meer. Dus naar Nederland, werkloos de bijstand in.

Uiteraard heb ik beroep ingesteld tegen die straf, dus toen de oproep kwam om voor het gerecht te verschijnen ter behandeling van dit beroep, was dit voor mij reden om niet aan het kaneelpijpjes inpakken te beginnen (het re-integratietraject, zie vorig blog, dat leverde me een kortingsmaatregel op), maar ook om bijzondere bijstand aan te vragen voor de reiskosten en verblijfkosten naar Tsjechië om aan die oproep gehoor te kunnen geven.

Bijzondere bijstand voor reiskosten.

Volgens de participatiewet kun je op grond van artikel 35 bijzondere bijstand aanvragen voor de uit bijzondere omstandigheden voortvloeiende noodzakelijke kosten van het bestaan en deze kosten naar het oordeel van het college niet kunnen worden voldaan uit de bijstandsnorm, de individuele inkomenstoeslag, de individuele studietoeslag, het vermogen en het inkomen voor zover dit meer bedraagt dan de bijstandsnorm”.

Mij leek het dat reiskosten naar Tsjechië (rechtbank 1200km van woonplaats, dus reken ca. 220 Euro uitgaande van 19 ct/km), en de te verwachten meerdere zittingen, efficiënt zijn daar niet, uiteindelijk waren het 4 zittingen, niet iets is wat ik even uit de gewone bijstand kon betalen.

Dus bijzondere bijstand aangevraagd.

Deels toegewezen, echter grotendeels afgewezen.

Ik kreeg namelijk bijzondere bijstand voor reiskosten tot aan de Nederlands-Duitse grens, daarna mocht ik schijnbaar te voet verder. De resterende meer dan 1000km wandelen.

Reden van deze merkwaardige beslissing : het territorialiteitsbeginsel. Bijstand wordt alleen betaald voor kosten gemaakt in Nederland. Dit is de zogeheten vaste rechtspraak, gebaseerd op art. 11 van de participatiewet, welke standaard gehanteerd wordt.

Of dit correct is ? Naar mijn mening niet, maar zowel de bezwaarschrift commissie als de rechter denken daar anders over. Beiden verwijzen simpelweg naar het territorialiteitsbeginsel.

Het territorialiteitsbeginsel.

Dit is gebaseerd op artikel 11 van de participatiewet.

Artikel 11 lid 1 :

Iedere in Nederland woonachtige Nederlander die hier te lande in zodanige omstandigheden verkeert of dreigt te geraken dat hij niet over de middelen beschikt om in de noodzakelijke kosten van bestaan te voorzien, heeft recht op bijstand van overheidswege.

Dit zou de reden zijn om af te zien van reiskosten in het buitenland. Het “hier te lande” schijnt bepalend te zijn. Alleen in Nederland dus. Dit is iets te kort door de bocht mijns inziens.

Bovendien is niet in geding of ik wel recht heb op bijzondere bijstand voor reiskosten, immers ik krijg ze tot aan de grens…. daarmee wordt dus erkend dat het noodzakelijke kosten zijn, en die noodzaak houdt niet op bij de grens, ik moet iets verder….

EU en EVRM.

Op grond van EU regels, dient Tsjechië mij de reiskosten te betalen. Er is dus een voorliggende voorziening zoals het heet. Hier kan ik beroep op doen, en daarmee hoeft Nederland de kosten dus niet de dragen.

Dit zou een correctere motivatie zijn, echter uit Tsjechië komt geen antwoord op mijn vraag om tot betalen over te gaan. Ook is dit achteraf, en om het zelf allemaal voor te schieten ? (inmiddels dus daarvoor geleend bij familie)

Uiteindelijk zou dit toch aanleiding moeten zijn om bijzondere bijstand te verlenen, eventueel als lening, totdat Tsjechië aan zijn verplichtingen gaat voldoen. Uiteindelijk komt het door allerhande niet-werkende EU verdragen dat mij een straf opgelegd wordt, verdragen door Nederland getekend.

Deel van het recht op een eerlijk proces, zoals vastgelegd in het Europees Verdrag over de Rechten van de Mens, is, dat je je mag verdedigen tegen de beschuldigingen.

Artikel 6 lid 3.

Een ieder tegen wie een vervolging is ingesteld, heeft in het bijzonder de volgende rechten:

(b) te beschikken over de tijd en faciliteiten die nodig zijn voor de voorbereiding van zijn verdediging;

(c) zich zelf te verdedigen of daarbij de bijstand te hebben van een raadsman naar eigen keuze of, indien hij niet over voldoende middelen beschikt om een raadsman te bekostigen, kosteloos door een toegevoegd advocaat te kunnen worden bijgestaan, indien de belangen van een behoorlijke rechtspleging dit eisen;

Net zo goed als je dus kosteloos bijgestaan kunt worden door een advocaat, als je deze niet zelf kunt betalen, geldt analoog aan dit, dat je ook over de middelen dient te beschikken om bij de rechtbank te kunnen verschijnen, anders heeft dit recht om je zelf te verdedigen weinig inhoud. Vandaar de genoemde faciliteiten genoemd in (b).

Hier heb ik voor de bestuursrechter een uitdrukkelijk beroep op gedaan.

Al deze argumenten faalden, rechter verwijst naar dit eerder genoemde territorialiteitsbeginsel en wijst de vordering af. Einde? Nee, naar de Centrale Raad van Beroep!

Hier worden mensenrechten geschonden !

Wordt vervolgd.

Eddy